Historie Historie

Situering
De dorpen Zuid- en Noordhorn liggen op een smalle diluviale zandrug, met een hoogte van ongeveer vijf meter boven de zeespiegel. Deze rug wordt omsloten door zware klei en veen met een dunne kleilaag. Ooit lag er meer veen rond deze rug, dat omstreeks de negende eeuw door de zee grotendeels werd verzwolgen. Waar het veen was verdwenen, zette zich in de loop van de daarop volgende eeuwen een pakket van zware klei af. Het Aduarder klooster heeft vanaf het begin van de dertiende eeuw veel werk verricht aan het ontwateren en het bedijken van dit gebied. Het duurde echter tot het midden van de vijftiende eeuw eer de rug van Noordhorn vasteland ging vormen met het noordelijk gelegen Humsterland. Noordhorn, ten noorden van het Van Starkenborghkanaal, is een vredig dorp met ruim 1600 inwoners. Het is er veel rustiger dan rond 1581, toen er meer dan 2000 soldaten sneuvelden in de strijd tegen de Spanjaarden. Dit gebeurde in het 'Norritsveld' nu nog steeds onder die naam bekend. Hier werd op 30 september 1581 John Norrits, aanvoerder van een Engels regiment in Staatsdienst, door de Spaanse bevelhebber Verdugo verslagen. Opvallend in het dorpsbeeld zijn de fraaie molen en de monumentale toren en kerk.
De korenpelmolen van Noordhorn ('Fortuin' uit 1890) werd in 1983 gerestaureerd en maalt weer. In deze molen worden af en toe exposities gehouden. De dorpskern van Noordhorn ligt op dezelfde gast - de hooggelegen zandrug - als het dorp Zuidhorn. Aangezien de term 'horn' oorspronkelijk 'hoek' betekent gaat het hier dus om de noordelijke hoek van deze gast. Deze verhoging is vanaf de Friesestraatweg nog duidelijk waarneembaar. In het dorp zelf is nog zichtbaar dat de Hervormde Kerk op het hoogste punt van deze gast is gebouwd. De toren van de kerk (46 m.) is in 1999 gerestaureerd. Daarbij is de kapconstructie hersteld, de toren opnieuw gevoegd en de leibedekking en het zinkwerk nagekeken. De toren heeft geen weerhaan maar een paard als windvaan. Als bijzonderheid kan nog worden opgemerkt dat er een haan op de rug van het paard zit.
 
Bewoners in de toren
Wie kent ze niet, de snelle vliegers die vanaf eind april gierend het luchtruim boven steden en dorpen doorklieven en rond de toren van Noordhorn scheren? Het zijn de Gierzwaluwen die volledig aangepast zijn aan een leven in de lucht en vrijwel alleen naar beneden komen om te broeden. In Europa zijn dat vooral gebouwen met veel kieren en spleten, zoals oude kerken en huizen met ouderwetse pannen- of mansardedaken en dakkapellen. Tegenwoordig hebben de Gierzwaluwen daarmee een probleem. Met sloop en renovatie verdwijnt veel broedgelegenheid, waardoor de aantallen afnemen. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw worden dan ook steeds meer activiteiten ondernomen om de broedplaatsen van de Gierzwaluw te beschermen en nieuwe nestplaatsen te creëren. In onze omgeving zijn er drie broedkolonies. Broedkolonie één is in de toren van onze kerk gevestigd. Deze kolonie wordt sinds 1986 gevolgd. De invliegopeningen voor de Gierzwaluwen bevinden zich op de overgang van de torenmuur naar het torendak op een hoogte van ongeveer 30 meter. De openingen zijn ontstaan door het afbrokkelen van de bovenste muurstenen. Broedkolonie twee is in de toren gevestigd van de Hervormde gemeente te Zuidhorn en broedkolonie drie is gevestigd in een woonhuis te Noordhorn. De eieren van de Gierzwaluw worden vooral in de maand mei gelegd die in de maand juni uitkomen. Gemiddeld komt 82% van de gelegde eieren uit, waarbij er geen verschil is tussen de kolonies onderling. Er is wel een verband met de gemiddelde junitemperatuur. In warmere junimaanden komen gemiddeld meer eieren uit. De Gierzwaluw blijkt een echte ‘mooiweervogel’ te zijn. Dit is niet zo verwonderlijk omdat warmer weer gepaard gaat met meer vliegende insecten en betere foerageeromstandigheden voor een uitgesproken insecteneter als de Gierzwaluw die onze toren bewoont.   
 
Kenmerkend voor het dorp Noordhorn is de Langestraat met in het centrum het pand van de eeuwenoude dorpsherberg 'De Gouden Leeuw', nu museum en enkele monumentale woonhuizen. De herberg en drie woonhuizen vallen onder Monumentenzorg. Aan het begin en het einde van de Langestraat staan enige fraaie villa's, die destijds door rentenierende boeren zijn gebouwd. Aan de Rijksstraatweg bevinden zich twee karakteristieke arbeiderswoningen, waarvan er één rijkserkend monument is. In het dorp staat, vlak voordat de Langestraat naar het westen afbuigt, links een Doopsgezinde Vermaning (= kerkgebouw) uit 1838, dat nu onder monumentenzorg valt. Aan de Noorderweg staat het geboortehuis van de bekende archeoloog professor Albert Egges van Giffen (geboren in Noordhorn op 14 maart 1884 - overleden te Zwolle op 31 mei 1973). Hij is internationaal bekend geworden door de opgravingen in de wierde van Ezinge, in de jaren dertig. Toen werd een schat aan gegevens over de bewoningsgeschiedenis van dit wierdedorp boven de grond gehaald. In het museum 'Wierdenland' van het even voorbij Oldehove gelegen dorp Ezinge wordt hieraan uitvoerig aandacht besteed. Aan het begin van de Oosterweg in Noordhorn vindt men een appartementencomplex met 23 wooneenheden in een voormalige boerderij (de Sicke Benninghestede). In 1988 werden in de oude dorpsschool, later tricotagefabriek 'Paluno', aan de Langestraat 57 een tiental wooneenheden gerealiseerd (thans Torenstraat). Ook Noordhorn heeft omstreeks 1780 een borg gekend, nl. de borg Wolbers, het latere Noordwijk. Op het oude borgterrein ligt nu het door dorpsbelangen beheerde hertenkamp, terwijl aan de Borgweg nog steeds de oude visvijver is te vinden.
 

terug