De kerk van Saaksum De kerk van Saaksum

GESCHIEDENIS VAN DE KERK IN SAAKSUM
De huidige kerk is gebouwd in 1849. Op 9 april van dat jaar hield ds. J. P. Bruinwold Riedel een afscheidsrede in de oude kerk van Saaksum en sprak daarbij ook over de oorsprong van het oude kerkgebouw. "De mondelinge overlevering zegt, dat in het begin der 16e eeuw tussen den Heer van Alma tot Saxum wonende op de Heerlijkheid Alma, thans eene boerenplaats, bewoont door D. F. Folkerts en den proost van Oldehove twist ontstond, die zo hoog liep, dat genoemde heer van Alma zich met zijn gezin van de Proostdy te Oldehove afscheidde, dit gebouw, zijnde zijne bierbrouwerij, tot een kapel of kerk liet inrichten en daarbij een eigen kapelaan aanstelde. De vorm en geheele aanleg van de oude kerk bevestigen deze overlevering volkomen. Bovendien meldt de geschiedenis, dat onder de regering van de bloeddorstige Alva, zekere Popko Ufkes van Emden is beschuldigd geworden het beeldenbreken in het oude kerkgebouw begaan te hebben in het jaar 1570. Misschien heeft dit de aanleiding gegeven tot het ontstaan der eerste kerkhervorming in deze streken. Immers uit goede bronnen is het bewezen, dat in deze gemeente kort daarna de Roomse met de Hervormde godsdienst is verwisseld en Saaksum tot het jaar 1610, toen hier de kerkhervorming was ingevoerd, met Niehove en Oldehove is gecombineerd geweest tezamen een Hervormde Gemeente uitmakende. Met het jaar 1610 heeft Saaksum op zich zelve een gemeente uitgemaakt." Aldus de aantekeningen in het kerkenraadboek.
 
Op 11 mei 1849 werd de eerste steen van het nieuwe gebouw gelegd door de President kerkvoogd Jonkheer Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen van Allersma en op 7 oktober was het nieuwe gebouw gereed en de dag aangebroken waarop het plechtig is ingewijd. Volgens deze overlevering zou Saaksum dus pas in het begin van de 16de eeuw een eigen kerk gekregen hebben, hetgeen onjuist is. Saaksum komt reeds voor op een 15de eeuwse lijst van kerspelen in het bisdom Münster. Er zijn nog oudere gegevens. Het zegel van Humsterland, gehecht aan een oorkonde van 9 september 1361, vertoont drie kerken, welke naar alle waarschijnlijkheid de parochies Oldehove, Niehove en Saaksum voorstellen. Verder wordt Saaksum genoemd in een lijst met schenkingen tussen de jaren 750 en 1150 aan de abdij Fulda gedaan. Het kan in die tijd reeds een eenvoudige kerk gehad hebben. Wij moeten concluderen dat voornoemde bierbrouwerij-overlevering niet op de parochiekerk kan slaan, maar dat wil niet zeggen dat het verhaal geheel op fantasie berust. Vaak ligt er wel een bepaalde gebeurtenis ten grondslag aan een dergelijke overlevering die zich eeuwenlang in stand weet te houden. Mogelijk heeft de heer van Alma op zijn borg een huiskapel ingericht en daarvoor een kapelaan aangesteld.
 
Over de kerkelijke geschiedenis van Saaksum is zeer weinig bekend. De kerk was volgens een akte van 1588 gewijd aan St. Katharina. Daarnaast had de kerk nog een prebende voor een ons thans niet meer bekende heilige. Beide altaarstenen bleven bewaard. In 1570 werd Popko Ufkens van Appingedam beschuldigd van 'beelden breken' in de kerk te Saaksum. Na de Reformatie kreeg Saaksum in 1610 een eigen predikant en heeft die behouden tot 1968. De laatste was ds. J. F. N. van Harrevelt.
 
DE TOREN VAN SAAKSUM
In 1849 werd de oude kerk wegens bouwvalligheid afgebroken maar de oude toren bleef gelukkig staan. De toren is opgetrokken in kloostersteen, maar later grotendeels ommetseld in kleinere steen. Het oorspronkelijke metselwerk bleef zichtbaar bij een groot deel van de noordzijde, met name de uitgemetselde traptoren en aan de oostzijde, te zien op de zolder van de kerk. Tot ongeveer 8.50 m. hoogte is de toren van die steen opgetrokken. De toren is aan zuid-, west-, en gedeeltelijk aan noord- en oostzijde ommetseld in kleinere steen met natuurstenen hoekblokken. Aan de noord- en westzijde bevindt zich een holle waterlijst, eveneens van natuursteen. In de benedenruimte van de toren bevindt zich een gedenksteen met de mededeling dat de toren in 1550 'ghemaket' is. Kennelijk is het oudste deel van de toren in 1550 in kloostersteen gebouwd waarvan naderhand grote delen met metselwerk van kleiner formaat steen gerepareerd zijn. Dat zou gebeurd kunnen zijn in 1709, toen volgens de kerkvoogdijrekeningen aanzienlijke herstelwerkzaamheden aan de toren zijn uitgevoerd. Het bovendeel is in 1910 nog eens vernieuwd met oud materiaal. Ondanks de latere ommetseling heeft de toren toch in hoofdzaak zijn 16de eeuwse karakter behouden, o.a. door het opnieuw gebruiken van de natuurstenen hoekblokken bij de latere ommetseling. Aan de westzijde bevindt zich een forse spitsbogige ingang. Boven deze ingang is een venstertje aangebracht met ronde afdekboog. De vier galmgaten zijn rond-, bijna korfbogig afgedekt. De gemetselde traptoren heeft twee venstertjes waarin bij de restauratie sporen van glas in lood gevonden zijn. Dit glas in lood is derhalve opnieuw aangebracht. Een dergelijke uitgemetselde traptoren vinden we ook in Krewerd. De benedenruimte van de toren wordt over-dekt door een kruisribgewelf waarvan de ribben worden gedragen door 4 kraagstenen.
 

Dit gewelf is bij de restauratie hersteld en opnieuw gewit. In het kader van de moderne restauratieopvattingen is er bewust van afgezien om alle pleisterlagen te verwijderen en eventuele oude kleurstellingen te herstellen. De oude sporenkap van eikenhout was zeer slecht en is vernieuwd. Verder is bij deze restauratie het muurwerk hersteld, zijn drie balken vernieuwd en werden delen van de vloeren vernieuwd. Beneden bevindt zich een spitsbogige geprofileerde doorgang naar de kerk. Op de eerste verdieping is een dichtgemetselde doorgang te zien; deze zal waarschijnlijk toegang verschaft hebben naar de zolder van de vroegere kerk, die lager was dan de tegenwoordige. Hoger op dezelfde verdieping is een doorgang naar de tegenwoordige zolder ingebroken.
 
DE KERK
De tegenwoordige kerk is gebouwd op de fundamenten van zijn voorganger, zodat we de omtrek van de vroegere kerk kennen. De lengte bedroeg omstreeks 17 meter, de breedte ongeveer 6.80 m. De kerk was geheel rechthoekig en dus niet driezijdig gesloten, zoals de huidige kerk. Tijdens de restauratie is de fundering onderzocht. Deze is van kloostersteen en zit ± 110 cm. in de grond. De fundering heeft vier versnijdingen en is zeer gaaf bewaard gebleven. De funderingen zijn breder dan de huidige muren en de oude kerk was dus ook iets breder, ongeveer 30 cm. De vroegere kerk was lager dan de tegenwoordige, naar blijkt uit de moet van de vroegere kap in de oostwand van de toren. De nok van het dak zat ongeveer een meter beneden de huidige nok. De oude kerk bezat gebrandschilderde glazen waarin o.a. de namen van predikanten vermeld waren. Zoals gebruikelijk komen in de kerkvoogdijboeken verschillende uitgaven aan 'glaesemaeckers' voor, o.a. in 1655, 1657 en 1704, 1707, 1709, 1714, 1720, 1728 en 1730. Voor een groot deel zullen dit gewone reparaties geweest zijn, maar sommige uitgaven zijn mogelijk voor gebrandschilderde glazen gedaan.
 
Wegens de slechte toestand van de oude kerk stond men in 1845 voor de keuze de kerk te laten herstellen of tot nieuwbouw over te gaan. Hoewel het College van toezicht op de kerkvoogdijgoederen herstel prefereerde, zulks op advies van de Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat, werd toch tot nieuwbouw overgegaan. Men was bang dat de oude kerk steeds weer uitgaven zou vergen. Bestek met tekening en begroting werden opgemaakt door D.H. Bos, stadsbouwmeester te Groningen. We lezen in de begroting de volgende posten:
Het afbreken van de beide zijmuren, balken, zolder en dak, schonen van de dakpannen enz., opruimen van de afbraak                 ƒ      125,--
Herstel van de oude fundamenten en opmetselen
van de zijmuren van beste mont baksteen en gare
met een trasraam van 6 palmen                    ƒ        1560,--
Acht nieuwe lichtramen à f 22,--              ƒ              176,--
Dertien nieuwe grenen balken à f 16,--                ƒ              208,--
Het oude dakhout wederom gebruiken, voor tekort komende platen,
spanten, panlatten enz.                              ƒ              50,--
Tekort komende rode dakpannen en vorsten  ƒ              30,--
Arbeidsloon voor de bewerking en oplegging van balken, dak enz.        ƒ              150,--
Nieuwe vuren 3½ duims zolder 110 kwadraat el met loon           ƒ              165,--
Berapen en pleisteren van de muren, dakstrijken enz.                ƒ              90,--
Vernieuwen van de vloer           ƒ                              100,--
Gedeeltelijk vernieuwen en herstellen en wederom plaatsen van de predikstoel,
doophek, zitbanken enz.            ƒ                              150,--
Verven van de houtwerken       ƒ                              70,--
IJzerwerk, rongen en spijkers   ƒ                              100,--
Risico en kosten 10 procent       ƒ              297,--
Hieraf de waarde van puin en andere afbraak  ƒ                              125,--
Totaal:  ƒ                              3146,--
Het werk  werd door G.TJ. Huizinga te Zuidhorn voor ƒ 2650,-- aangenomen. De gemeente was echter ook toen reeds klein en kon dit bedrag nooit geheel zelf betalen. De kerkvoogdij wist sub¬sidies te verwerven tot 100 %:
bijdrage rijk       f              800,--
bijdrage Herv. synode  f              850,--
bijdrage provincie           f              1000,--
 
Zo verrees dan het huidige gebouw met uitwendig driezijdige en inwendig halfcirkelvormige sluiting en een gewelf in plaats van een zolder. Op 11 mei 1849 werd de eerste steen van het nieuwe gebouw gelegd door de president-kerkvoogd Jonkheer Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen van Allersma en op 7 oktober 1849 werd het plechtig ingewijd door de toenmalige predikant ds. J.P. Bruinwold Riedel, waarbij de bede van koning Salomo over de nieuwe tempel te Jeruzalem (1 Kon. 8:29a) het onderwerp van de inwijdingsrede was. De muren zijn ongeveer 1.50 m. boven de oude fundering opgetrokken met afbraakkloostersteen, welk gedeelte gepleisterd werd en nu een basement rond de kerk vormt. Opmerkelijk bij deze midden 19de eeuwse kerk zijn de brede dagkanten rond de vensters. Deze dagkanten zijn wit gepleisterd evenals de lange smalle nissen tussen vensters en dak. Het zijn met name deze witte vlakken  die  aan het eenvoudige kerkje een  levendig aspect verlenen. Een en ander komt des te beter tot zijn recht door de ligging van de kerk: vrij aan de rand van het dorp en zo reeds van verre zichtbaar. Deze vlakken zijn bij de restauratie met witte muurverf behandeld. De slechte toestand van het dak vormde de aanleiding tot de restauratie van kerk en toren in de jaren 1970-1972 onder leiding van Ir. P. B. Offringa. Oorspronkelijk zou alleen het dak worden hersteld voor f 13.500,—. Het bleek  echter noodzakelijk de hele kerk in het herstel te betrekken, hetgeen betekende herstel van: dak, kap, goten, metselwerk, gewelf, banken, preekstoel en het herleggen van de plavuizenvloer. De totale begroting beliep ƒ 70.000,--, waarop gelukkig 90% subsidie kon worden verkregen. De restauratie stond onder leiding van het Bureau voor Architectuur en Ruimtelijke Ordening Van Loo en Van der Mei, Offringa en Offringa in Groningen. Het werk werd uitgevoerd door het aannemersbedrijf H. Bultema te Uithuizen.
 
GEDENKSTENEN
In de muur van de benedenruimte boven de opgang van de torentrap bevindt zich een opmerkelijke gedenksteen.
 

Het opschrift luidt: „Desse toren is ghemaket doer beint ordonnantye Cop-pen Jarghes in tyden, do heer Berent Storem pastoer was. 1550”. Aldus A. Pathuis, die zo vriendelijk was ook enige verdere mededelingen over deze steen  te verschaffen. In  de  eerste plaats over de tekst. Hierover zegt Pathuis: 'De tekst was destijds moeilijk te ontcijferen ten gevolge van een schilferende verflaag. Het enige dubieuze woord is "beint"; er kan ook staan "bemt". Drs. J. Visser te Leeuwarden zag op de foto achter dit woord nog een Z in ronde vorm, dus gelijkend op 3. Dit kan een afkortingsteken zijn voor "er". Hierop voortbordurend kan er staan: "bemt3 of bemt3", ook "beint3". Volgens het middelnederlands woordenboek betekent "be": belast met. "Be-interter is be-middelende".
Lange tijd is gedacht dat Bein of Beint een persoonsnaam zou zijn. Deze Friese voornaam komt inderdaad voor, maar past hier minder goed in het zinsverband. Verder zou men mogen verwachten dat als Bein(t) de bouwer was, zijn functie er bij zou hebben gestaan, zoals op enkele soortgelijke 16de eeuwse stenen het geval is. Op een steen in de toren van Tzum wordt "Cornelis Claesz. Toern meister" (1548) vermeld, terwijl op de steen in de toren van Deinum "Everhardo coemetario" (1557) wordt genoemd: Evert metselaar. De meeste van dergelijke gedenkstenen in torens in Friesland en Groningen hebben echter geen naam van een bouwmeester, bijv.: Minnertsga 1505, Peperga 1537, Idaard 1541, Godlinze 1554, Warffum 1638 en Eenrum 1646. Op de steen in Saaksum staat aan weerszijden van het opschrift een engeltje met een wapenschild. Het rechterwapen is gedeeld: I Jarges en II Froma; het linkerwapen is Heeralma. Pathuis  tekent hierbij  aan: Coppen Jarges woonde op Heralma te Saaksum en overleed 4 juni 1564. Hij was een zoon van Eiso Jarges en Rixt Alma, dochter van Redmer Heralma. Coppen Jarges huwde in 1535 met Eva Froma, die in 1591  overleed (zie Nederlands Adelsboek 1948, pag. 76). De steen is bij de restauratie ongemoeid gelaten, alleen zodanig vastgezet dat hij rondom kan ventileren.
De toren heeft nog een tweede gedenksteen, n.l. aan de buitenzijde in de noord-muur, ongeveer op halve hoogte. De sterk verweerde steen toont het stadswapen van Groningen binnen een omlijsting, zonder opschrift. Misschien is de steen geplaatst in de jaren 1657-1965 over welke periode de kerkvoogdijreke¬ningen ontbreken. Partieel collator was toen J. Swartte, burgemeester van Gro¬ningen. Werden er toen herstelwerkzaamheden aan de toren uitgevoerd?
 
MEUBILAIR EN VERDERE INVENTARIS
 
Kleur van het interieur
De sombere kleurstelling van het interieur van vòòr de restauratie, n.l. een geel oker plafond en donker bruin meubilair is geheel gewijzigd. Het meubilair, inclusief preekstoel en orgel is grijs-wit geschilderd met rode details en grijze vloer; het plafond is rood geschilderd.
 
De preekstoel
De preekstoel dateert uit het 2de kwart van de 17de eeuw. De panelen tonen gekanneleerde pilasters met een geblokte boog; op de hoeken taps toelopende "geschubde" zuiltjes. Hetzelfde type zuiltje vinden we o.a. ook bij de preekstoelen in Grijpskerk en Vierhuizen. De kuip mist een van de zes zijden en heeft nu dus een merkwaardige vijfzijdige vorm: de predikant staat a.h.w. in de boeg van een schip. Waarschijnlijk heeft het rechter voorpaneel vroeger in het midden gezeten. De trap van grenenhout met platte balusters dateert van later tijd, mogelijk uit 1849. Het klankbord is nog wel zeskantig. Evenals het andere meubilair is ook de preekstoel bij de restauratie constructief in orde gebracht.
 

 
Het doophek en banken
Ter weerszijden van de preekstoel staan in een kwart cirkel de banken van de kerkeraad tegen de muur. De halve cirkel wordt afgesloten door het doophek met aan de oostzijde twee offerblokjes, aan de westzijde de avondmaalstafel en op het hek de voorlezerslessenaar met bijbel.
 
De schaal op stander
Binnen het doophek staat een koperen schaal op een smeedijzeren stander: de doopschaal.
 
Het orgel
Na een oorspronkelijke plaatsing -vermoedelijk in Duitsland- kwam het orgel via de Rooms Katholieke Kerk in Nieuwediep en de kerk van de Gereformeerde Gemeente te Dordrecht door "inruil" in handen van de orgelbouwer Standaart. Deze verkocht het in 1933 aan Saaksum. Voordien had de kerk een harmonium. Het orgel is afkomstig uit een kerk van de Gereformeerde Gemeente te Dordrecht en had voordien reeds dienst gedaan in een katholieke kerk. Men was in 1933 zeer verheugd over deze aanwinst. In de notulen van de kerkvoogdij staat: 'Zoo is dan de dag aangebroken dat Saaksum een eigen pijporgel in de kerk heeft op afbetaling'. Terwille van dit orgel moest de galerij met een balkon worden uitgebreid. In 1972 werd het orgel onbespeelbaar. Op 6 juni 1983 het door de Leusdense orgelmaker A.H. de Graaf gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen.
 
Tijdens de ingebruikname, waarbij in de volledig bezette kerk de plaatselijke predikant ds. Snoei opende met gebed en schriftlezing, werd het orgel bespeeld door de heren Johan van Meurs en Klaas Bolt. Laatstgenoemde trad bij de restauratie op als adviseur. Na het uitvoerig demonstreren van de verschillende registercombinaties speelde Bolt o.a. werken van Rinck en Boëlmann. Hierna memoreerde hij de geschiedenis van het orgel, dat vermoedelijk in 1889 werd gebouwd door Gottlieb Früh. Deze in de orgelbouw niet verder bekende naam en het jaartal werden als aantekening in het orgel gevonden. Precies 50 jaar voor deze laatste ingebruikname in 1983, werd het orgel ook bespeeld door Johan B. van Meurs, organist van de der Aa-kerk in Groningen. Op voortreffelijke wijze heeft de Heer de Graaf deze restauratie uitgevoerd. De oude mechanische kegellade bleek niet meer bruikbaar. Een oude mechanische sleeplade van de firma Franssen te Roermond, aan het einde van de vorige eeuw gemaakt voor het orgel van de Lutherse kerk in Hilversum, kon nu gebruikt worden. Deze lade kon via de rijksadviseur de heer O.B. Wiersma van de firma Verschueren te Heythuysen worden aangekocht. Voor wat betreft het pijpwerk werd een Fluit 4 gebruikt van Lohman (1849, Hervormde Kerk te Wassenaar), en de 12 grootste pijpen van de Subbas 16 van Freytag (1808, Hervormde kerk te Vollenhove). Het orgel is een zogenaamd lessenaarorgel; het heeft een vrijstaande speeltafel voor de orgelkas, waarbij de organist met zijn rug naar het orgel zit.
 
Door het gebruik van de andere lade moest een groot deel van de traktuur worden vernieuwd. Het Saaksumse orgel is een zeer mooi klinkend instrument. Tengevolge van waterschade is het orgel in 2006 volledig gerestaureerd door de heren L. Meijer uit Noordhorn en K. Schuitema uit Dorkwerd.
 

Het avondmaalszilver
Antiek zilver bezit de kerk helaas niet meer. In april 1901 werd bij Fred Muller te Amsterdam verkocht een zilveren "Kerckebeker van Saxum vereert van den E. E. Jr. Tiaert tho Nansum". Volgens de kerkvoogdij rekeningen hoorde in 1898 bij de ontvangsten: Ontvangst voor een zilveren dop .... ƒ 2,15 en bij de uitgaven: een nieuwe avondmaalskan ƒ 5,--. Was er soms een aardewerk avondmaalskan met zilveren deksel gesneuveld en maakte men nu het deksel te gelde om in de kosten voor een nieuwe kan tegemoet te komen? Het is niet bekend waar de verkochte beker en dop gebleven zijn.
 
De torenklok
Op de oude torenklok die in 1943 door de Duitsers meegenomen werd en niet terugkeerde stond: "ANNO 1629 BIN ICK TER EHREN GODES DOER LAST DER COLLATO¬REN TOT SAEXUM DOE JOHANNES PETZENIUS ALDAER PASTOR WAS GEGO-TEN DOER MEISTER NICO¬LAES SICMANS IN GRONNIGN. DE TIDT GEIT HEN HER DRINGET DE DOET 0 MENSCHE BEDENCKE DER SEELEN NODT DARUM DOET BOTE BEKERT U TOT GODT." De klok was dus in 1629 door N.Sicmans te Groningen gegoten; zij had een doorsnede van 80cm. In 1950 werd een nieuwe klok opgehangen, gegoten door Van Bergen in Heiligerlee. Deze klok luidt 3 keer per dag: om 8, 12 en 18uur en op de zondag voor aanvang van de kerkdienst. Op de klok staat de tekst: "HIJ DIE U ROEPT IS GETROUW." In 2005 is er een tijdklok aangebracht (naar aanleiding van een klacht van een omwonende over het 'lawaai' die de klok met zich meebracht) waardoor er voor de aanvang van de zondagse diensten nog maar 5 minuten wordt geluid.
 
Het uurwerk
In 1709 had de kerk reeds een uurwerk. Bij het herstel van de toren in 1910 werd door de gemeente Oldehove een nieuw uurwerk gekocht van de  stadsuurwerkmaker  A. Veenhoff  te  Groningen, vertegenwoordiger van de firma C. F. Rochtitz te Berlijn voor ƒ 465.80, waarbij het oude uurwerk voor oud-ijzer van de hand werd gedaan. Bij de jongste restauratie is het uurwerk van een elektrische bediening voorzien.
 
Stenen en zerk
In de vloer van de kerk liggen bij het doophek 2 altaarstenen van rode Bremersteen, de ene met eenvoudige kruisjes, de andere met fraaie kruisjes, zuiver binnen een cirkel geconstrueerd. In de kerk vinden we verder slechts één oud grafzerk, nl. die voor Johannes Petrus Engels, gestorven op 8 april 1762, oud 51 jaar. Hij was 17 jaar predikant te Saaksum geweest.
 
LIJST VAN PREDIKANTEN VANAF 1610
1610-1612. ds. Jac. Janiculi (vertrokken naar Noorddijk)
1612 ds. Jacob Borreburgh
1613 ds. Gelling Sixting
1616 ds. Jodock Bulouw
1617 ds. Wijnand Pistorius
1619 ds. Joanes Pezenig (Pitzenius).
1634 - 1673 ds. Talag (Talëus) Hillebrandi
1673 - 1681 ds. Rudolphus Heynens (ontslagen)
1681 - 1686 ds. Abraham Martersteck (vertr. naar Eenum)
1686 - 1719 ds. Renath (Reneke) Busch
1720 - 1729 ds. N. Metelerkamp. (Vertrokken naar Niezijl)
1729 - 1740 ds. J. Munting
1740 - 1745 ds. Smoock
1745 - 1762 ds. Johannes Petrus Engels
1767 - 1786 ds. Petrus Boerma (ontslagen 1786; gestorven 1787)
1787 - 1844 ds. Reinkingh (deze was dus meer dan een ½ eeuw predikant in Saaksum); gestorven 1844
1844 - 1860 ds. J.P. Bruinwold Riedel
1861 - 1862 ds. J. Santée Nieweg
1862 - 1868 ds. A.P.A. Buurma
1868 - 1873 ds. J.S. Sinnighe Damsté
1874 - 1878 ds. A.B. Meyer
1878 - 1880 ds. F.J. Kijff Boerma
1880 - 1885 ds. C.J. Troste
1886 - 1889 ds. H.W.A. v. Aken
1889 - 1900 Vacant.
1901 - 1918 ds. A. Blink Kramer
1919 - 1924 ds. J. van Dorssen
1925 - 1928 ds. A. Dijkstra
1928 - 1931 ds. A.F. Lootsma
1931 - 1933 ds. A. Blink Kramer (2de maal)
1933 - 1939 ds. J.E. Bos
1939 - 1945 ds. G.J. Paul
1946 - 1948 ds. J.D. Plenter
1948 - 1951 ds. T.A. Vonk Noordegraaf
1951 - 1957 ds. H.J. Visser
1957 - 1965 ds. W. Straatsma.
1965 - 1968 ds. J.F.N. van Harrevelt
 
Sinds 1969 is er een samenwerkingsverband met de kerkelijke gemeente van Noordhorn v.w.b. de predikantsplaats. De predikant van Noordhorn is voorzitter van de kerkenraad van Saaksum en gaat tenminste 1x per maand voor in een dienst in Saaksum.
1969 - 1974  ds. C. van den Berg
1976 - 1980  ds. C.A. Tukker
1981 - 1984  ds. C. Snoei
1985 - 1989  ds. T.W.H. van der Heijden
1992 - 1999  ds. N. Noorlander
2001 - 2008  ds. F.J.K. van Santen
2009 -          ds. M. Kreuk
 
 
LITERATUUR
Dr. R. Steensma:
Brochure die in 1972 is verschenen ter gelegenheid van het gereedkomen van de restauratie.
 
J. Bierma:
Land en volk van Humsterland, Groningen 1961.
 
Herman J. Poort:
artikel: het orgel in de Ned. Herv. Kerk te Saaksum.
 
Illustraties en vormgeving:
eigen foto's van de Hervormde gemeente te Saaksum; dhr. Muntinga te Oldehove.
 
 
 

terug