Beleidsplan 2016-2019 Beleidsplan 2016-2019

 
Beleidsplan
Hervormde streekgemeente Noordhorn-Saaksum
2016-2019
 
 
Inleiding
 
Dit document is het beleidsplan van de Hervormde streekgemeente Noordhorn-Saaksum. Uitgangspunt voor het gemeente-zijn van deze streekgemeente is:
 
-          In dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als de bron der prediking en enige regel van het geloof, in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, willen wij belijdenis doen van de zelfopenbaring van de Drie-enige God;
-          in al onze bijeenkomsten, uitingen en verbanden willen wij belijden dat Jezus Christus            het Hoofd van de Kerk en de Heere van de wereld is;
-          tevens nemen wij ons voor te weren al wat dit belijden weerspreekt’[1].
 
Dit beleidsplan is in beheer van de kerkenraad van de streekgemeente en wordt jaarlijks in zijn vergaderingen vastgesteld. Per hoofdstuk wordt in dit beleidsplan een beschrijving gegeven van de activiteiten die in de streekgemeente plaatsvinden. Tevens worden voornemens verwoord, die ter hand genomen kunnen worden, om als levende gemeente van Christus te groeien tot eer van God en tot heil van de naaste. Aan het eind van dit beleidsplan is een samenvatting van deze voornemens opgenomen. Naar aanleiding hiervan kunnen concrete afspraken worden gemaakt om te komen tot de uitvoering van deze voornemens.

 
Inhoudsopgave
 
Inleiding
 
I     De hervormde gemeenten van Noordhorn en Saaksum in historisch perspectief
II    Identiteit
III   Structuur van de streekgemeente                                                               
IV   De kerkenraad 
V    Prediking en eredienst 
VI  Pastoraat    
VII  Vorming en toerusting
VIII  Missionaire roeping   
IX    Beleidsvoornemens

 
I        De Hervormde gemeenten van Noordhorn en Saaksum in historisch perspectief

 
Het kerkgebouw dat in gebruik is bij de Hervormde gemeente van Noordhorn is waarschijnlijk niet eerder gebouwd dan in de dertiende eeuw, aangezien gebruik is gemaakt van bakstenen[2]. De eenvoudige, rechthoekige zaalkerk is gelegen op een van zuid naar noord gerichte zandrug in het Groningse Westerkwartier, die in het begin van onze jaartelling nog was omgeven door een moeras en door de zee. De kerk is gebouwd in de periode waarin de Rooms-katholieke kerk nog ongedeeld was. In de zuidoostelijke hoek van het kerkgebouw bevindt zich als residu van de toenmalige eredienst nog de piscina. Dit was de nis waarin de priester zijn handen waste en waarin hij het liturgisch vaatwerk kon afspoelen. Nadat de Spaanse bezetting van de stad Groningen in juli 1594 door prins Maurits van Oranje ongedaan was gemaakt, ging de gehele provincie met behulp van het zogenaamde Tractaat van Reductie over tot de ‘nieuwe’ geloofsrichting, namelijk die van de Hervorming. In 1610 kreeg Noordhorn zijn eerste Hervormde predikant, in de persoon van ds. Gerhard Johannes.
Het interieur van ons kerkgebouw wordt versierd door een rijk van houtsnijwerk voorziene preekstoel die dateert uit het jaar 1718, en door een vijftal zogenaamde ‘herenbanken’, waarvan de meeste zijn vervaardigd in de zeventiende en de achttiende eeuw. Bijzonder is ook de Avondmaalstafel uit het midden van de zeventiende eeuw. In 1898 werd voor het eerst een orgel in gebruik genomen ter ondersteuning van de gemeentezang. In het jaar 2004 is ons kerkgebouw grondig gerestaureerd.
 
Saaksum komt reeds voor op een vijftiende-eeuwse lijst van kerspelen in het bisdom Munster. Er zijn nog oudere gegevens. Het zegel van Humsterland, gehecht aan een oorkonde van 9 september 1361 vertoont drie kerken, welke naar alle waarschijnlijkheid de Rooms katholieke parochies Oldehove, Niehove en Saaksum voorstellen. In 1849 werd de oude kerk van Saaksum wegens bouwvalligheid afgebroken, maar bleef de oude toren gespaard. De preekstoel dateert uit de zeventiende eeuw, terwijl in 1933 het huidige pijporgel werd aangeschaft. Voordien had de kerk een harmonium. Het orgel is afkomstig uit Dordrecht. Over de kerkelijke geschiedenis van Saaksum is weinig bekend. De kerk was volgens een akte gewijd aan St. Katharina. Na de Reformatie kreeg Saaksum in 1619 een eigen predikant en heeft die behouden tot 1968.
 
In het jaar 1969 zijn de Hervormde gemeenten van Noordhorn en Saaksum bijeengebracht in een zogenaamde combinatie van gemeenten. Op het moment van de vorming van deze combinatie behoorde daar ook de Hervormde gemeente van Niezijl toe. Deze heeft zich na 1 januari 1991 gevoegd bij de Hervormde gemeente van Grijpskerk. Doordat het ledenbestand van de Hervormde gemeente van Saaksum vergrijsde en het moeilijker werd om te voorzien in de ambten die de kerkorde voorschrijft, is in het jaar 2013 besloten over te gaan tot de vorming van een zogenaamde streekgemeente. Bij de oprichting van deze streekgemeente, met ingang van 1 juli 2013, is het kerkrentmeesterlijk en diaconaal vermogen van de beide gemeenten samengevoegd, en is de Hervormde gemeente van Saaksum omgevormd tot een zogenaamde ‘huisgemeente’ (volgens Ordinantie 2.17.4 van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland). De streekgemeente wordt sindsdien gediend door een streekkerkenraad, waarvan de leden afkomstig kunnen zijn uit beide gemeenten, waarbij aan één van hen in het bijzonder het contact met de huisgemeente is toevertrouwd.
 
Dat de gemeente na ruim vier eeuwen van kerkelijke presentie in gereformeerde zin nog altijd mag voortbestaan, schrijven wij met dankbaarheid toe aan de trouw en goedheid van onze God alleen.

 
II       Identiteit
 
 
II.1    Geestelijke identiteit
Overeenkomstig de Romeinse artikelen I.1 tot en met I.4 van onze kerkorde, weten we ons als gemeente een gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk, die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God. Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heere om het Woord te horen en te verkondigen. Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, zoals die is verwoord in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius – waardoor de kerk zich verbonden weet met de algemene christelijke Kerk – en in de catechismus van Heidelberg, de catechismus van Genève en de Nederlandse geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels – waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie.
 
II.2    Positionering binnen de Protestantse Kerk in Nederland
Bij de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland in het jaar 2004 hebben de kerkenraden namens onze gemeentes een tweetal documenten ondertekend, namelijk de ‘Verklaring inzake de verbondenheid met het gereformeerd belijden’ alsook het zogenaamde ‘Convenant van Alblasserdam’. In deze documenten, die als bijlage bij dit beleidsplan zijn opgenomen, wordt onder meer verwoord dat we  ‘kerk willen blijven op basis van Schrift en belijdenis’ en dat het ons verlangen is ‘dat heel de kerk waarachtig belijdende kerk zal zijn, levend overeenkomstig het Woord van God’. Ook wordt daarin onder woorden gebracht, dat ‘binnen het gemeenteleven een centrale plaats wordt toegekend aan een Schriftuurlijke en appellerende prediking’ en dat de Bijbel geldt als ‘het onfeilbaar Woord van God, gezaghebbend voor leer en leven’. En dat we ons geroepen weten om te weerspreken ‘alles wat met het gereformeerd belijden in strijd is’.
 
Vanuit deze positie nemen we uit overtuiging deel aan het gesprek zoals dat tot heden gevoerd wordt binnen de classis Westerkwartier van de Protestantse Kerk in Nederland. Om het contact te bewaren met andere gemeenten in onze regio die het gereformeerd belijden zijn toegedaan, zijn we na de kerkfusie in 2004 toegetreden tot de zogenaamde ‘rechtzinnige ring Ommelanden’.
 
 
II.3    Modaliteit
Sinds het midden van de jaren zestig van de twintigste eeuw wordt onze gemeente gediend door predikanten die zich rekenen tot de zogenaamde Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk. Dit gegeven beantwoordt aan een verlangen naar een Bijbelse prediking met aandacht voor de ontwikkeling van een persoonlijk geloofsleven in gehoorzaamheid aan de Heere Jezus Christus, Die de enige Naam draagt onder de hemelen gegeven, door welke wij moeten behouden worden.

 
III      Structuur van de streekgemeente
 
 
III.1   Structuur en organisatie
Sinds de oprichting van de streekgemeente is de gemeente van Saaksum omgevormd tot een zogenaamde ‘Huisgemeente’. Deze aanduiding is afkomstig uit onze kerkorde, maar zegt niets over de manier waarop de gemeente samenkomt. Ook na 1 juli 2013 komen de Saaksumse leden van onze gemeente op zondag samen in het kerkgebouw in Saaksum, alwaar onder verantwoordelijkheid van de streekkerkenraad een reguliere eredienst wordt gehouden. In de regel doet in deze eredienst van onze huisgemeente het ‘Saaksumse’ lid van de streekkerkenraad dienst, samen met één of meer andere ambtsdragers die door de streekkerkenraad volgens rooster naar de Saaksumse eredienst worden afgevaardigd.
De hervormde gemeente van Noordhorn is bij de oprichting van de streekgemeente als ‘dragende’ gemeente in tact gebleven. Wel zijn alle ambtsdragers automatisch afgevaardigd naar de streekkerkenraad, en inmiddels wordt er alleen nog in de hoedanigheid van streekkerkenraad vergaderd. Deze streekkerkenraad draagt als geheel de ambtelijke verantwoordelijkheid voor onze beide gemeentes. De organisatie van het leven en werken van onze streekgemeente is bij de oprichting vastgelegd in een regeling, die door de kerkenraad wordt bewaard. In deze regeling is vastgelegd hoe de streekkerkenraad is samengesteld, wat de werkwijze van de streekkerkenraad is, hoe besluitvorming plaatsvindt, hoe een predikant wordt gekozen, en hoe de vermogensrechtelijke, kerkrentmeesterlijke en diaconale belangen worden behartigd.
 
III.2   Onderlinge verhouding
Onze beide gemeenten weten zich onderling verbonden op het gebied van de geestelijke identiteit. Op tal van momenten, zoals op gemeenteavonden, verenigingsavonden en ouderenmiddagen, mogen we elkaar ontmoeten en vinden we bij elkaar een bemoedigende herkenning, in de dingen die het geloof aangaan. Niettemin bestaan er tussen de beide gemeenten ook enige verschillen. Bij het aangaan van de streekgemeente is bewust uitgesproken dat de kerkenraad met name op het gebied van de pastorale zorg recht zal doen aan de eigenheid van beide gemeenten. Tegelijk is uitgesproken dat we om de verbondenheid ook in de toekomst te bewaren, ervoor zullen waken om met name in organisatorisch en liturgisch opzicht geen al te grote verschillen te doen ontstaan. Een recent voorbeeld van het streven naar verbondenheid is het feit dat we in beide gemeenten een zelfde collecte-rooster hanteren.
 
 
 
III.3   Consulentschap
De predikant vervult in voorkomende gevallen het consulentschap voor de Hervormde gemeente van Een-Sebaldeburen-Leek. Het is de wens van de streekgemeente in voorkomende gevallen een beroep te doen op een predikant van gelijke signatuur zoals in paragraaf II.1 is beschreven. De toewijzing van het consulentschap berust bij het moderamen van de ‘rechtzinnige ring Ommelanden’, waaronder onze streekgemeente ressorteert.

IV      De kerkenraad
 
IV.1   Samenstelling
De kerkenraad van de streekgemeente bestaat uit één predikant, vijf ouderlingen, drie diakenen en  twee ouderlingen-kerkrentmeester. Aan één van de leden van de streekkerkenraad is in het bijzonder het contact met de huisgemeente van Saaksum toevertrouwd.
 
IV.2   Predikant
Tot heden is bij de streekgemeente een voltijds predikantsplaats gevestigd. Deze predikant is ‘in het bijzonder geroepen tot de bediening van Woord en sacramenten, de verkondiging van het Woord in de wereld, de herderlijke zorg en het opzicht en het onderricht en de toerusting’[3]. Hij ruimt voldoende tijd in voor studie en exegese van het Woord. Die zijn van onschatbare waarde voor zijn arbeid in prediking en herderlijke zorg. Als vervolg op de prediking wordt van de predikant verwacht dat hij zorgt voor toerusting en vorming van zowel de kerkenraad als de gemeente. Door middel van pastoraat, apostolaat, diaconaat, catechese, kring- en jeugdwerk vindt deze zorg plaats. Tevens wordt van de predikant gevraagd dat hij zich bewust is van de specifieke plaats die de streekgemeente in een kerkelijk andersdenkende omgeving inneemt, en dat hij hierbij mede gestalte geeft aan onze specifieke roeping hierin.  Ook is hij geroepen gebruik te maken van de door de Protestantse Kerk voorgeschreven Permanente Educatie, waartoe de kerkenraad hem, in onderling overleg, de ruimte en de mogelijkheden biedt. De predikant is aan de streekgemeente als geheel verbonden, en zal zijn pastorale arbeid naar redelijkheid verdelen over onze beide gemeenten.
 
IV.3   Ouderlingen
De ouderlingen vormen samen met de predikant het ‘consistorie’. De ouderling is geroepen herderlijke zorg te besteden aan de gemeente als gemeenschap. Hij heeft, samen met de predikant, het opzicht over leer en leven van de gemeente. De eerste taak van de ouderlingen is toe te zien op de leer van prediking, catechese en geestelijk onderwijs. Kortom: de inhoud van de geestelijke vorming. Daarnaast zijn zij belast met het toezien op het geestelijk welzijn van de gemeente en de individuele gemeenteleden. Zij doen dat door middel van huisbezoek. Het consistorie komt minstens één of twee maal per jaar bij elkaar. Dit om de specifieke problemen die het ambt met zich meebrengt onderling te bespreken en elkaar in deze zware taak te bemoedigen en te ondersteunen. De frequentie waarmee de gemeenteleden per gezin/huishouden worden bezocht ligt op minimaal één maal per twee jaar. Voor de ouderen op één maal per jaar en in het crisispastoraat zoveel als noodzakelijk.
IV.4   Diaconie
De diakenen zijn geroepen tot de opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in eigen omgeving, eigen land en daarbuiten. Ook het dienen aan de tafel des HEEREN behoort tot hun taak. De diakenen geven leiding aan de inzameling van de gaven, die nodig zijn voor de verzorging van de naaste ver weg en dichtbij. Dit inzamelen wordt gedreven door de liefde van Christus. De diakenen bieden in alle eenvoud bijstand en vertroosting aan allen die verzorging en verpleging behoeven, die maatschappelijk zijn ontspoord, of die zich in stoffelijke nood bevinden. Het is een concretisering van het gebod ‘de naaste lief te hebben als jezelf’. Dit betekent derhalve vertroosting en hulpverlening op basis van barmhartigheid en gelijkwaardigheid en niet op basis van afhankelijkheid. De diaconie richt zijn aandacht op de volgende terreinen:
middels het opstellen van een collecterooster worden gaven ingezameld  t.b.v. hulpbehoevende medemensen in eigen gemeente en in binnen- en buitenland.
het kiezen van doelen en vormen van hulpverlening;
de diaconale taken rondom de viering van het Heilig Avondmaal;
het organiseren van de autodienst t.b.v. gemeenteleden die de kerkdiensten niet op eigen  gelegenheid kunnen bezoeken;
het verzorgen van kerkradio voor gemeenteleden die de kerkdiensten niet kunnen
            bezoeken;
het verzorgen van cassette- en cd-opnames t.b.v. gemeenteleden die de kerkdiensten niet kunnen bezoeken;
het verzorgen van de bloemengroet aan gemeenteleden;
de samenwerking op diaconaal vlak in het kerkelijk platform Zuidhorn/Westerkwartier. Deze samenwerking heeft met name ten doel armoede en eenzaamheid te bestrijden.
Het college van diakenen kiest uit zijn midden een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Hij komt in de regel vier maal per jaar bijeen. Van zijn vergaderingen wordt verslag gedaan in de kerkenraadsvergadering en besluiten van o.a. financiële aard worden ter goedkeuring aan de kerkenraad voorgelegd.
 
IV.5   Het college van kerkrentmeesters
Het college van kerkrentmeesters zorgt voor de stoffelijke belangen van de streekgemeente voor zover deze niet van diaconale aard zijn. Het college bestaat uit drie kerkrentmeesters, van wie er twee als ouderling-kerkrentmeester deel uit maken van de kerkenraad. Tevens beschikt het college van kerkrentmeesters over een kerkelijk ontvanger. In de ‘Regeling ten behoeve van het leven en werken van de Hervormde streekgemeente Noordhorn-Saaksum’ zijn de specifieke taken en verantwoordelijkheden nader omschreven. Deze regeling is als bijlage bij dit beleidsplan toegevoegd.
IV.6   Verkiezing van ambtsdragers
De verkiezing van ambtsdragers geschiedt op kerkordelijke wijze, door belijdende leden van de streekgemeente. De kerkenraad heeft zich bezonnen op het vraagstuk van ‘de vrouw in het ambt’ en komt tot de conclusie dat het ambt in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift alleen door mannelijke belijdende leden van de gemeente kan worden vervuld.
Bij het ontstaan van vacatures in de kerkenraad, hetzij door periodiek aftreden volgens een daartoe bij te houden rooster, hetzij door tussentijds aftreden, worden belijdende leden van de streekgemeente opgeroepen namen in te dienen van broeders die zij geschikt achten om in het betreffende ambt te dienen. Namen die door tien of meer belijdende leden worden ingediend, worden automatisch op een kieslijst geplaatst. Wanneer de kieslijst meer namen bevat dan het aantal vacatures groot is, zal de kerkenraad overgaan tot het houden van een verkiezingsavond. Wanneer het aantal namen gelijk is aan het aantal vacatures gaat de kerkenraad over tot benoeming van de ambtsdragers, zonder het houden van een verkiezingsavond. De kerkenraad is vrij aan een kieslijst namen toe te voegen van broeders die hij gekozen of benoemd zou willen zien.
 
IV.7   Verkiezing van een predikant
Wanneer er een predikantsvacature ontstaat, volgt de kerkenraad de kerkordelijke voorschriften om te komen tot het uitbrengen van een beroep. Tot die voorschriften behoren onder meer het instellen van een beroepingscommissie, alsook het bieden van de gelegenheid tot het indienen van namen van predikanten die men geschikt acht om in de vacature beroepen te worden. De beroepingscommissie zal in onze gemeente bestaan uit vijf door de kerkenraad aangewezen kerkenraadsleden en vier gemeenteleden, welke laatsten uit de belijdende leden verkozen worden op een gemeenteavond, en waarvan er bij voorkeur één of meer behoren tot de huisgemeente van Saaksum. De beroepingscommissie doet na haar werkzaamheden een aanbeveling aan de kerkenraad, waarna deze een gemeenteavond belegt waarin de belijdende leden van de streekgemeente worden verzocht zich middels een verkiezing over de voordracht van de kerkenraad uit te spreken.
 
IV.8   Frequentie van vergaderen
In de regel wordt gestreefd naar één kerkenraadsvergadering per maand, waarbij de vergaderingen niet openbaar zijn. Uitgezonderd de vakantiemaanden komt men zodoende op 10-11 vergaderingen per jaar.
 
IV.9   Moderamen
De kerkenraad kiest jaarlijks uit zijn midden een moderamen. In het moderamen hebben ten minste zitting: de predikant, een ouderling, een ouderling-kerkrentmeester en een diaken. Tijdens het vacant zijn van de gemeente wordt het moderamen tijdelijk aangevuld vanuit de kerkenraad. Het moderamen bereidt de kerkenraadsvergaderingen voor, en stelt de agenda op. Bovendien vormt het moderamen als het ware het dagelijks bestuur, waarin besluiten kunnen worden genomen inzake aangelegenheden, die dermate dringend zijn dat een besluit niet kan worden uitgesteld tot aan de eerstvolgende kerkenraadsvergadering. In deze gevallen zal het moderamen achteraf verantwoording aan de kerkenraad afleggen.
 
IV.10 Commissie van Bijstand
Het college van kerkrentmeesters wordt bijgestaan door een commissie van bijstand, bestaande uit drie belijdende gemeenteleden. In deze commissie worden zaken van kerkrentmeesterlijke aard besproken. Doel hiervan is het draagvlak van beleidsbeslissingen te vergroten. Aanvulling of opvolging van commissieleden vindt plaats door middel van stemming op de gemeenteavond. Commissieleden kunnen alleen verkozen worden uit belijdende leden van de Hervormde streekgemeente Noordhorn-Saaksum. In de geest van het gestelde in paragraaf IV.6 worden kandidaten verkozen uit belijdende mannelijke lidmaten.
 
IV.11 Stichting tot Behoud van de Hervormde Kerk Noordhorn
De Stichting tot Behoud van de Hervormde gemeente Noordhorn heeft bestuursleden die worden benoemd, conform het gestelde in de stichtingsakte. In deze akte staat vermeld dat het bestuur uit kerkenraadsleden en leden van de commissie van bijstand bestaat. Deze Stichting heeft als doel, het inzamelen van gelden, specifiek voor het kerkgebouw. Dit doet zij door werving van donateurs, het mede-organiseren van rommelmarkten, bazaars en overige manieren van geldwerving.
 
 

 
V       Prediking en eredienst
 
 
V.1    Prediking
Van de predikant wordt conform de profielschets verwacht dat hij een Bijbelgetrouwe, eenvoudige schriftuitleg hanteert, toegepast op het geloofsleven van jong en oud, apostolair toegespitst. Dit vraagt van de predikant een eenvoudige verkondiging met een bevindelijke inslag. Voor onze beide gemeenten bestaat hierin geen enkel accentverschil. Naast de Bijbelgetrouwe schriftuitleg, oproep tot bekering en geloof, is er de heenwijzing naar het verzoenende werk van Christus. Hierbij zijn de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord van God en de drie formulieren van enigheid uitgangspunt. Binnen de verkondiging wordt de gemeente gewezen op de noodzaak te leven vanuit en door de Heilige Geest.
 
V.2    Liturgie en eredienst
In Noordhorn worden er elke zondagmorgen en zondagavond kerkdiensten gehouden, in Saaksum alleen ‘s morgens. Daarnaast vinden er erediensten plaats op Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, Bid- en Dankdag, en op Oud- en Nieuwjaarsdag. Op Tweede Kerstdag, Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag wordt er meestal een zangdienst gehouden.  De organisatie hiervan berust bij één de leden van de gemeente, in overleg met de predikant, waarbij participatie van de jeugd wordt nagestreefd. In de maand september vindt een dienst plaats in het kader van de opening  van het winterwerk. In de maand mei vindt een dienst plaats in het kader van de einde van het winterwerk. In deze laatstgenoemde dienst wordt een bijdrage geleverd door de kinderen van de zondagsschool met het zingen van enkele liederen. Tevens wordt van hen die de zondagsschool verlaten afscheid genomen, een bijbel meegegeven en worden zij uitgenodigd om vanaf het volgende seizoen de catechisaties te bezoeken. Tenslotte wordt er ook tweemaal per jaar op zondagavond een zogenaamde ‘themadienst’ gehouden. Deze diensten komen tot stand in samenspraak met de jeugdraad en in samenwerking met de club of jeugdvereniging van de gemeente. De predikant zal in deze diensten proberen het Evangelie zoveel als mogelijk is af te stemmen op de jongeren van de gemeente. In de themadienst is de inrichting van de liturgie wat vrijer dan normaal.
 
In het algemeen zien de erediensten van streekgemeente er als volgt uit: Voorafgaande aan de dienst spreekt de ouderling van dienst in de consistoriekamer een ambtsgebed uit voor predikant en gemeente. Na binnenkomst begroet de dienstdoende ouderling de gemeente en doet de mededelingen, waarin o.a. de berichten van ziekte, geboorte, overlijden en ziekenhuisopname worden gedaan. Na het introïtuslied begeleidt hij de voorganger naar de preekstoel, waar het stil gebed plaatsvindt.
 
De orde van dienst bestaat uit de volgende vaste onderdelen:
 
Na de afkondigingen wordt het introïtuslied gezongen.
Votum en zegengroet.
Zingen.
In de morgendienst lezing van de Tien Geboden, uit Exodus 20 of Deuteronomium 5, gevolgd door de samenvatting uit Mattheüs 22:37-40.
In de avonddienst of diensten op bijzondere dagen, lezing van één van de geloofsbelijdenissen.
Zingen.
Gebed om de verlichting door de Heilige Geest.
Schriftlezing.
Collecte.
Zingen.
Woordverkondiging.
Zingen. (aansluitend wordt één maal per maand gecollecteerd voor de instandhouding van de predikantsplaats).
Dankgebed.
Slotzang (staande).
Zegen.
 
Rondom de nationale gedenkdagen in de maand mei (Koningsdag, 4 en 5 mei) wordt éénmaal het nationale volkslied (het Wilhelmus) gezongen. Evenzo worde rondom het Kerstfeest gezongen het ‘Ere zij God’, en rondom het gedenken van de Kerkhervorming ‘het Lutherlied’.
 
Bij het uitgaan van de kerkdienst wordt er opnieuw een collecte gehouden. De dienst wordt afgesloten in de consistoriekamer, waar de ouderling van dienst een dankgebed uitspreekt.
 
Tijdens de erediensten wordt gebruik gemaakt van de Bijbel in Herziene Statenvertaling en wordt gezongen uit de oude psalmberijming (1773) en de gezangen uit de bundel van 1938. Ook is gedurende de vacaturetijd in het jaar 2009 een eigen bundel gemaakt met daarin ongeveer 50 liederen, die door onze eigen predikant in onze diensten kunnen worden gebruikt. In de regel laat de predikant éénmaal per dienst een gezang zingen. Er wordt naar gestreefd de avonddiensten het karakter van leerdienst te geven. Hierbij wordt in hoofdzaak gebruik gemaakt van de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels.
 
 
V.3    Instructies voor gastpredikanten
In de week voorafgaand aan de dienst waarin een gastpredikant voorgaat wordt deze middels een door de kerkenraad vastgesteld schrijven op de hoogte gebracht van de wijze waarop we in Noordhorn en Saaksum aan onze eredienst gestalte geven. Kort voor de betreffende zondag wordt door de preekvoorziener contact opgenomen met de predikant met het oog op het doorgeven van de liturgie aan kosters en organisten.
 
V.4    Formulieren
Bij doop, belijdenis, avondmaal, huwelijk en bevestiging van ambtsdragers wordt gebruik gemaakt van de ‘Liturgische formulieren uit de gereformeerde traditie’ in de hertaalde editie.
 
V.5    Heilige Doop
Enige malen per jaar wordt in onze gemeente de Heilige Doop bediend. In de regel gebeurt dit aan kleine kinderen van de gemeente, al staat de Doop ook open voor hen die op latere leeftijd het geloof in de Heere Jezus Christus ontvangen. De Heilige Doop is een teken en zegel van de afwassing van onze zonden door het bloed van de Heere Jezus Christus, en mag naar analogie van de besnijdenis onder het Oude Verbond ook aan de kleine kinderen van de gelovigen worden bediend (Handelingen 2:39).
Voor de kerkenraden betekent dit, dat na ontvangst van het verzoek tot de doopbediening, de predikant, of in een vacante periode de consulent, en een wijkouderling bij de ouders/verzorgers thuis een zogenaamd doopbezoek brengen. In dit bezoek wordt het doopformulier uitgelegd en besproken.
Van de doopouders en/of verzorgers wordt een kerkelijk meelevende levenswandel verwacht, die zich o.a. uit in het bezoeken van de erediensten. Verzoeken tot bediening van de doop, gedaan door geboorteleden, doopleden of belijdende leden van onze streekgemeente worden niet geweigerd. Echter, wanneer van kerkelijke meelevendheid weinig of geen sprake is, zullen één of meerdere pastorale gesprekken plaatsvinden. Om de betekenis van het sacrament en de praktische consequenties hiervan te benadrukken, wordt in het doopgesprek in voorkomende gevallen de suggestie gedaan openbare belijdenis van het geloof af te leggen.
 
V.6    Heilig Avondmaal
Ook wordt in onze gemeenten het Heilig Avondmaal bediend. Is de Heilige Doop een teken en zegel van de inlijving door God de Vader in de gemeente als Zijn huisgezin, het Heilig Avondmaal is het teken en zegel van de voortdurende verzorging door God de Vader van hen die Hij in Zijn huisgezin heeft opgenomen. In het Avondmaal oefenen wij de heerlijke gedachtenis van het bitter lijden en sterven van onze Zaligmaker Jezus Christus, die Zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten vastspijkeren, opdat Hij de schuldbrief van onze zonden daaraan zou hechten, en opdat Hij door Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige verbond van genade en verzoening zou bevestigen.
Tot het Heilig Avondmaal zijn gerechtigd en geroepen zij, die Jezus Christus door een waar geloof zijn ingelijfd. Tot het Heilig Avondmaal worden toegelaten zij die belijdenis van het geloof hebben afgelegd en die niet onder censuur staan. Deze twee criteria gelden ook voor hen die van buiten komen, geen lid van zijn van onze gemeente, maar wel aangeven aan de bediening van het Heilig Avondmaal te willen deelnemen. Bij de bediening van het Avondmaal wordt er door één van de ouderlingen op toegezien dat deze qua kerkelijke tucht ordelijk verloopt. Gedurende de bediening wordt de predikant bijgestaan door één van de diakenen.
Het Heilig Avondmaal wordt in onze beide gemeenten vier maal per jaar bediend, waarbij de bediening zoveel als mogelijk over de vier kwartalen van het kalenderjaar wordt verspreid. De eerste bediening in het kalenderjaar vindt steevast plaats in de Stille Week. Dan vieren we het Heilig Avondmaal op Witte Donderdag in Saaksum en op Goede Vrijdag in Noordhorn.
Op de zondag voorafgaande aan de bediening wordt een dienst van voorbereiding gehouden. Gedurende deze voorbereidingsdienst wordt het eerste gedeelte van het formulier tot de bediening van het Heilig Avondmaal gelezen. In de week voorafgaande aan het Heilig Avondmaal wordt er Censura Morum gehouden. Dat wil zeggen dat de kerkenraad de gemeente gelegenheid biedt vragen of bezwaren bij belijdenis of wandel van gemeenteleden kenbaar te maken. In Noordhorn is de dienst volgend op de Avondmaalsviering een dienst van dankzegging.
Na afloop van of gelijktijdig met de bediening van het Avondmaal in het kerkgebouw wordt   het huisavondmaal bediend door de predikant of door een ouderling, waarbij een sobere liturgie wordt gevolgd (zie bijlage 5). Dit huisavondmaal wordt bediend op verzoek van leden van de gemeente, en kan eventueel op meerdere locaties tegelijkertijd plaatshebben.
 
V.7    Belijdenis van het geloof
Gedurende het winterseizoen wordt gelegenheid gegeven tot het volgen van belijdeniscatechisatie. Als een belijdeniscatechisant te kennen geeft openbare belijdenis van het geloof te willen afleggen, zal de kerkenraad een bijeenkomst beleggen, waarin de verkregen geloofskennis en levenswandel kunnen worden getoetst. Zodat de catechisant tot afleggen van de belijdenis, alsook tot het ontvangen van het Heilig Avondmaal kan worden toegelaten. Bij voorkeur vindt het afleggen van belijdenis van het geloof plaats op Palmzondag. De kerkenraad stelt zich ten doel hierna te komen tot ‘voortgezette catechese’, in de vorm van een eventueel te vormen ‘jongerenkring’.
 
V.8     Huwelijksbevestiging
Met enige regelmaat worden in de eredienst van onze gemeente ook huwelijken bevestigd en ingezegend. Dit is iets waarin wij ons allen zeer verblijden, aangezien het huwelijk van man en vrouw een beeld is van het huwelijk tussen Christus en de gemeente (Efeze 5). Het verzoek om bevestiging en inzegening van het huwelijk kan worden gedaan door alle geboorte-, doop- en belijdende leden van de kerk. Dit verzoek dient minimaal drie weken voor de huwelijksdatum te worden ingediend bij de scriba. Aan de gemeente wordt in de afkondiging voorafgaande aan de eredienst bekend gemaakt wie huwelijksbevestiging en inzegening heeft aangevraagd. Voordat de huwelijksinzegening plaatsvindt, nodigt de predikant het bruidspaar uit tot een pastoraal gesprek over het huwelijk naar aanleiding van het huwelijksformulier. Betreft het geboorte-, doop- of belijdende leden van de eigen gemeente dan wordt het kerkgebouw voor de huwelijksdienst kosteloos ter beschikking gesteld, en schenkt de kerkenraad namens de gemeente een huwelijksbijbel. Aan trouwlustigen van buiten de gemeente, die gebruik willen maken van ons kerkgebouw wordt een bepaalde vergoeding in rekening gebracht. Bij de huwelijksbevestiging en -inzegening wordt gebruik gemaakt van één van de ‘hertaalde formulieren uit de Gereformeerde traditie’. Nadere gegevens omtrent de mogelijkheden ten aanzien van de vormgeving van de dienst worden door de predikant verstrekt in een persoonlijk contact met het bruidspaar.
 
V.9    Huwelijksbevestiging na scheiding of samenwonen
Naar aanleiding van concrete ervaringen is door de kerkenraad in de voorbije jaren intensief nagedacht over het beleid van de gemeente ten aanzien van samenwonen, huwelijk, echtscheiding en hertrouwen. De uitkomst van onze beraadslagingen is als volgt:
Tijdens huisbezoeken, pastoraat, catechese en prediking dienen de vraagstukken aangaande huwelijk, alleen zijn, seksualiteit niet uit het oog te worden verloren (voorop gesteld: de verhouding met God staat tijdens het huisbezoek centraal). Zij vormen een belangrijk onderdeel in de persoonlijke levensheiliging en mogen tevens een weerspiegeling zijn van de band van Jezus Christus met zijn gemeente. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het huwelijk tussen man en vrouw een instelling van God is en als zodanig heilig gehouden dient te worden. In de gemeente zal geen andere levensverbintenis worden ingezegend dan een huwelijk van man en vrouw dat wettig voor de overheid is gesloten.
 
In situaties waarin sprake is van echtscheiding, echtbreuk en hertrouwen, past de kerkenraad nederigheid, voorzichtigheid, barmhartigheid en gehoorzaamheid. We moeten concluderen dat gebroken situaties aangaande echtscheiding, echtbreuk en hertrouwen ons als christenen voor moeilijke vraagstukken stellen waarin we per situatie afzonderlijk een beslissing moeten nemen. In dit alles stellen we ons afhankelijk van God en Zijn Woord. Dit blijkt ook uit Deuteronomium 24. God houdt rekening met ‘de hardheid van ons hart’. Hij weet van de gebrokenheid van ons leven. Hierin wordt de zonde niet goedgepraat, maar aan de orde gesteld en wordt er een Bijbelse weg van herstel geboden. Hertrouwen na scheiding is dan ook op grond van Gods Woord niet in alle gevallen uitgesloten. Mede hierdoor achten wij kerkelijke bevestiging van een tweede huwelijk mogelijk. Dit zal per situatie bezien en besproken worden. De kerkenraad zal op pastorale wijze met betrokkenen in gesprek treden, zowel bij een dreigende scheiding als bij een tweede huwelijk.
 
Ook in situaties waarin sprake is van ongehuwd samenwonen, wil de kerkenraad tegelijkertijd voorzichtigheid en gehoorzaamheid betrachten. In het licht van het bijbels getuigenis achten wij een gezegend samenwonen van man en vrouw alleen dan mogelijk, wanneer dit samenwonen is bezegeld tot een verbond. Zo kunnen we in de Bijbel lezen hoe de liefde van Jacob en Rachel niet eerder werd bekroond dan nadat hun huwelijk was bevestigd (Genesis 29). In de bijbel wordt het huwelijk voorgesteld als een verbond, dat wordt gesloten in een formele procedure waarbij de HEERE getuige is (Maleachi 2:14). Tegen de achtergrond van een cultuur die ook toen reeds werd gekenmerkt door grote vrijheden op relationeel gebied, klinkt in de Bijbel de aansporing ‘Laat het huwelijk bij allen in ere zijn’ (Hebreeën 13:4). De kerkenraad meent dat deze aansporing ook in de tijd waarin wij leven onverminderd van kracht blijft en daarom richtinggevend moet zijn voor onze levenspraktijk als christenen vandaag. Wel beseft de kerkenraad dat onze gemeente ook leden kan bevatten, die hierin een andere weg gaan dan die ons in de Bijbel wordt beschreven. We nemen ons voor in voorkomende gevallen op pastorale wijze het gesprek met onze gemeenteleden te zoeken. In dit gesprek willen we zowel onze hartelijke verbondenheid met alle mensen tot uitdrukking brengen, alsook de Bijbelse kijk op het huwelijk uiteenzetten, in de hoop dat we onze gemeenteleden ertoe kunnen bewegen om een huwelijk aan te gaan. Van onze belijdende leden en ook van hen die aangeven binnen onze gemeente belijdenis van het christelijk geloof te willen afleggen, willen we verwachten dat zij zich metterdaad conformeren aan hetgeen ons in de Bijbel wordt bevolen.  Mocht het zo zijn dat mensen naar aanleiding van een gesprek een huwelijk willen aangaan, dan wil de kerkenraad hieraan zijn volle medewerking geven, en zal het betreffende huwelijk worden bevestigd en ingezegend in een eredienst binnen onze gemeente.
 
V.10 Overlijden
Bij overlijden van één van de gemeenteleden wordt tussen predikant en nabestaanden een dienst van Woord en gebed voorbereid. Het bericht van overlijden komt doorgaans binnen bij de predikant. Komt dit bericht bij de scriba of een ander kerkenraadslid binnen, dan wordt de predikant door hen ingelicht. De predikant brengt zo spoedig mogelijk een bezoek aan de nabestaanden en verleent pastorale bijstand. De predikant doet het eerste huisbezoek, zo mogelijk samen met de wijkouderling. Afstemming van het bezoeken van de nabestaanden vindt plaats in onderling overleg, ook regelen zij het bezoek in nauw overleg tot de dag van de begrafenis.
Als een geboorte-, doop- of belijdend lid is overleden stelt de Hervormde gemeente het kerkgebouw alsook de Wegwijzer ter beschikking voor het houden van een rouwdienst. Uitgangspunt is dat de dienst wordt geleid door de eigen predikant (of consulent). Hierin wordt hij bijgestaan door de wijkouderling en zo mogelijk één diaken. In de aanwezigheid van de ambten ligt besloten dat de Hervormde Gemeente verantwoordelijk is voor het verloop van de rouwdienst. De wijkouderling is ook aanwezig bij de teraardebestelling. De taak van de diaken in de rouwdienst spitst zich naast het geestelijke toe op meer praktisch terrein. Hierin valt te denken aan de geluidsinstallatie, kerkradio, de microfoon (opstelling) en de cd- / cassetteopname verzorgen. E.e.a. in samenwerking met de koster en begrafenisondernemer. De ouderling is aanwezig bij de ter aardebestelling. De begrafenisplechtigheid wordt door de predikant afgesloten. Structurele afspraken met betrekking tot verdeling van de nazorg tussen predikant en wijkouderling worden in onderling overleg gemaakt. De ouderling zorgt voor en na de dienst voor een ordelijk verloop van de dienst in overleg met de predikant en de begrafenisondernemer.
 
V.11  Crematie
Wat het beleid is ten aanzien van betrokkenheid en beschikbaarstelling in relatie tot de wens van crematie, moet in een bezinningsmoment binnen een kerkenraadsvergadering aan de orde komen. Het huidige kerkenraadbeleid is het volgende: ons lichaam is niet van onszelf, maar door God geschapen. In dat lichaam horen wij God en Christus groot te maken. Bij crematie gaat het ten diepste om de miskenning van het door God geschapen lichaam. Achter het begraven worden gaat deze symboliek schuil: het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid. Het begraven worden hoort bij de opstanding van de doden in onverderfelijkheid (1 Kor. 15:1-3). Het Bijbelse gebruik van begraven mag nooit worden ingeruild voor de heidense gewoonte van cremeren. Het graf is voor christenen niet het einde, want bij de begrafenisplechtigheid zien we in het geloof vooruit naar de opstanding der doden (Openbaring 21). Op Bijbelse gronden kunnen wij crematie niet aanvaarden. Indien door de nabestaanden voor een crematieplechtigheid wordt gekozen, zal er in het kerkgebouw een rouwdienst worden gehouden, waarna in aansluiting daarop de nabestaanden naar het crematorium zullen gaan. Hierbij zijn de eigen predikant en de kerkenraad ambtshalve niet aanwezig.
 
V.12  Fotograferen tijdens de diensten:
Bij sommige diensten als bijvoorbeeld trouw- en doopdiensten maakt men graag foto- en video-opnamen in de kerk. We kunnen dit slechts toestaan als dit zonder flits en op gepaste afstand plaatsvindt. De predikant/ voorganger zal dat tevoren aan de betrokkenen kenbaar  maken, de ouderling van dienst zal er op toezien dat het een en ander ordelijk verloopt.   
 
V.13  Beleidsvoornemens
Ten aanzien van de eredienst heeft de kerkenraad zich voorgenomen zich de komende tijd te beraden op een drietal onderwerpen. Deze worden hieronder verwoord:
 
Momenteel wordt door enige predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond nagedacht over het vormen van een bundel met psalmen en liederen die in de eredienst kunnen worden gebruikt. De kerkenraad houdt de ontwikkelingen in het oog en neemt zich voor zich te beraden op aanschaf en eventueel gebruik van een te verschijnen bundel. Criterium hierbij zal zijn of de genoemde psalmen en liederen overeenkomen met spreken van de Heilige Schrift en houdbaar zijn in het licht van de gereformeerde theologie. De kerkenraad neemt zich voor hierbij voorzichtig en verstandig te werk te gaan. 

Tot voor kort werden de twee themadiensten in onze gemeente georganiseerd in samenwerking met de jeugdraad en de jeugdclubs van onze gemeente. Doordat onze gemeente klein is, kwam het voor dat steeds dezelfde jongeren werden gevraagd om in de diensten te participeren. Doordat die jongeren aangaven dat niet altijd even leuk te vinden, is besloten één van beide themadiensten wellicht een andere invulling te geven. Hierbij wordt gedacht aan een meer missionaire invulling. Wellicht met behulp van en in samenspraak met de evangelisatiecommissie van onze gemeente. 

De kerkenraden zullen nader moeten omschrijven aan welke personen binnen en buiten de Hervormde gemeente het kerkgebouw voor een huwelijksdienst al of niet ter beschikking wordt gesteld.
 
VI      Pastoraat
 
VI.1    Bezoekwerk predikant
Als herder van de gemeente heeft de predikant met behulp van de ouderlingen de taak pastoraal om te zien naar de leden van de gemeente. Dit betreft pastorale situaties zoals het bezoeken van: verstandelijk/ lichamelijk gehandicapten, (langdurig) zieken, thuis en in het ziekenhuis, verzorgingshuis of verpleeghuis, crisispastoraat, bejaarden/alleenstaanden ouder dan 70 jaar (ook hen die geboorte- dan wel dooplid zijn). Dit bezoek onder de ouderen vindt in ieder geval plaats zo snel mogelijk na zijn of haar verjaardag. Voorts is er ook nog het huisbezoek in verband met doop, belijdenis, huwelijk en overlijden, het bezoeken van benoemde of opnieuw te bevestigen ambtsdragers, nieuw ingekomen doop- en belijdende leden, en van jongeren die hun studie aan de middelbare school of een hogere opleiding met succes hebben afgerond.
 
VI.2   Bezoekwerk ouderlingen
Gedurende het winterseizoen leggen de ouderlingen huisbezoeken af bij belijdende  gemeenteleden en meelevende doop- en geboorteleden in hun wijk. Zij bezoeken ook de te bevestigen ouderlingen.
 
VI.3   Doel van het huisbezoek
Het doel van deze huisbezoeken is ‘het zwakke te versterken, het zieke te genezen, het gebrokene te verbinden, het afgedwaalde terug te brengen, en het verlorene te zoeken’[4]. Om deze herderlijke taken te kunnen volbrengen, zullen de broeders proberen met alle aanwezigen een gesprek te voeren over de dingen van het geloof en het leven met de Heere Jezus Christus. Pas in tweede instantie zal het gaan om de persoonlijke omstandigheden van de gemeenteleden. Ons doel moet altijd zijn om mensen te leiden tot Jezus[5], bij Wie er alleen uitkomsten zijn, ook in de grootste persoonlijke nood van ons bestaan. Tenslotte kan het ook goed zijn om aan te horen welke gedachten en vragen er wellicht leven ten aanzien van het leven en werken van de gemeente.
 
VI.3   Frequentie huisbezoek
Het streven is één maal in de twee jaar huisbezoek te verrichten per pastorale eenheid. De wijkouderlingen bepalen in onderling overleg welke gemeenteleden door twee of door één ouderling worden bezocht. Bij gezinnen met kinderen gaan in de regel twee ouderlingen op bezoek. Bij gezinnen waar mogelijk psychosociale problemen zijn, wordt vooraf overleg gepleegd met de predikant.


VII     Vorming en toerusting
 
VII.1 Vorming en toerusting
Wanneer bij ons mensen bekering en geloof worden gewerkt in ons hart, dan dienen we dit ook te voeden en te onderhouden. Door onze goede God bedacht met grote ‘talenten’, dienen we hiermee werkzaam te zijn, om ze te doen toenemen[6]. Om aan deze groei tegemoet te komen, worden in onze gemeente verschillende  activiteiten van vorming en toerusting aangeboden. Zo kennen we voor de kinderen de zondagschool, en voor de jeugd de catechese en 9-plusclub. Volwassen leden van onze gemeente kunnen terecht in een Bijbelkring, een gesprekskring, een ochtendvrouwenkring, en een vrouwenvereniging. Bovendien worden van tijd tot tijd gemeenteavonden belegd met een toerustingskarakter.
 
VII.2  Jeugdwerk
Het jeugdwerk is met name bedoeld voor jongeren binnen de kerkelijke gemeente (als vanzelf zijn ook jongeren van buiten de kerkelijke gemeente welkom). Het doel van het jeugdwerk is jonge mensen te vormen, en hen bewust te maken van de inhoud van het geloof en het leven met de Heere Jezus Christus. Uitgangspunt en richtsnoer zijn hierbij het Evangelie en de drie formulieren van enigheid. We beschouwen het als de verantwoordelijkheid van de ouders om hun gedoopte kinderen te stimuleren  deel te laten nemen aan  de verschillende vormen van jeugdwerk. Van onze predikant wordt verwacht dat hij de leidinggevenden in het jeugdwerk toerust met het oog op hun taak. De kerkenraad zal proberen het contact te bewaren, door het jeugdwerk te bezoeken, volgens een door de kerkenraad op te stellen bezoek-schema.
 
De kerkenraad van de streekgemeente heeft de uitvoering van het jeugdwerk overgedragen aan de jeugdraad. De jeugdraad wordt gevormd door afgevaardigden van de zondagschool en de 9-plusclub, alsook door een tweetal jongeren bij wie de organisatie van de themadiensten berust. Namens de kerkenraad hebben zitting de predikant en een ander kerkenraadslid, die binnen de jeugdraad als voorzitter dienst doen. Zowel predikant als kerkenraadslid fungeren als klankbord voor de jeugdraad. De jeugdraad fungeert als schakel tussen jeugd en kerkenraad en is als zodanig aan de kerkenraad verantwoording verschuldigd. De diaconie beheert de financiën voor het Jeugdwerk. Voor de financiering van het Jeugdwerk houdt de diaconie twee maal per jaar een collecte voor ‘Het jeugdwerk in eigen gemeente’. Eventuele tekorten worden door de diaconie aangevuld. Tevens heeft de Jeugdraad een secretaresse die de notulen en de correspondentie verzorgt. Bespreking van aanvulling en/of vervanging van leiding vindt plaats binnen de Jeugdraad, maar blijft de eindverantwoordelijkheid van de kerkenraad.
 
De predikant of diens vervanger doet van de vergaderingen verslag in de kerkenraadsvergadering, waar het jeugdwerk een vast agendapunt is en zodoende elke vergadering aan de orde kan komen.
 
VII.3   Zondagschool
De zondagschool is bedoeld voor alle kinderen in de leeftijd van plus minus vier tot en met twaalf jaar. Hierbij is ieder kind welkom. De zondagschool ziet het als haar taak kinderen in aanraking te brengen met het evangelie. De zondagschool heeft een aantal leidinggevenden en assistenten voor twee leeftijdsgroepen. De laatste jaren dringt steeds meer het besef door dat de Bijbel- en feitenkennis afneemt. De zondagschool streeft er naar deze Bijbelse feitenkennis te verbeteren. Daartoe zijn er methoden ingevoerd die het leren van de Bijbelboeken en psalmversjes bevorderen. De zondagschool gebruikt een beloningssysteem om dit leren te stimuleren. De leidinggevenden hebben regulier contact met de predikant om allerlei zaken rondom het les- en leidinggeven te bespreken. De zondagschool is aangesloten bij de Nederlandse Hervormde Zondagsscholenbond op Gereformeerde Grondslag. De zondagsschool heeft een eigen bestuur met voorzitter, secretaris en penningmeester. Het grootste deel van de inkomsten wordt verkregen door middel van een ‘kerstcollectelijst’. De zondagsschoollessen worden na het einde van de morgendienst van 11 tot 12 uur gegeven in ‘de Wegwijzer‘, met uitzondering op de dagen dat het Heilig Avondmaal wordt gevierd.
 
VII.4 9+ Club ‘Zoek de Haven’
De 9+ Club is bedoeld voor jongeren vanaf negen jaar. De invulling van de clubavond bestaat uit Bijbelstudie en ontspanning. De clubavonden vinden eenmaal per veertien dagen plaats en de leiding berust bij één of meer gemeenteleden.
 
VII.5 Catechese
Aan de jonge leden van de gemeente vanaf 12 jaar wordt kerkelijk onderricht gegeven. Dit onderricht omvat: kennis van de Bijbel; elementaire kennis van de belijdenis van de kerk, zoals weergegeven in de drie formulieren van Enigheid, te weten: de apostolische geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse leerregels; hoofdzaken van de geschiedenis van de kerk, waaronder ook van de Reformatie; hoofdzaken van de zending, diaconaat en oecumene; kennis van liturgische formulieren, zoals Doop- en Avondmaal-formulieren; beantwoording aan het christen-zijn vandaag. Deze vorm van onderwijs wordt door de predikant gegeven. Het doel van catechese is geloofsonderricht en voorbereiding op het doen van openbare geloofsbelijdenis. Hierna kan verder geloofsonderricht plaatsvinden binnen het kringwerk.
 
VII.6 Bijbelkring
Deze kring komt één maal per drie weken samen om onder leiding van de predikant een Bijbelgedeelte te bespreken, meestal aan de hand van een Bijbelstudieboek. De kringbijeenkomst, die bestaat sinds ca.1950, vindt plaats in ‘de Wegwijzer’. Tijdens vacante periodes wordt er naar gestreefd deze kring door de consulent te laten leiden.
 
VII.7 Vrouwenvereniging ‘In liefde dienende’
Deze vereniging komt sinds 1933 één maal per veertien dagen bijeen in de ‘Wegwijzer’ en staat onder leiding van een uit het midden van hun vergadering gekozen presidente en overige bestuursleden. De verenigingsavond kent een vaste indeling. Het eerste deel van de avond betreft een Bijbelstudie aan de hand van materiaal uit het blad ‘De Hervormde Vrouw’ dat wordt uitgegeven door de bond van Nederlandse Hervormde vrouwenverenigingen op gereformeerde grondslag. Het tweede deel van de avond wordt ingevuld door middel van een vrije bijdrage.
 
VII.8 Gesprekskring
Deze kring, die bestaat sinds 1965, komt één maal per maand samen. Enkele gemeenteleden ontmoeten elkaar onder leiding van een gemeentelid om met elkaar aan Bijbelstudie te doen, met als doel gesterkt te worden in het geloof. In deze kring wordt thematisch gewerkt, aan de hand van een gezamenlijk overeengekomen artikelenserie of boek. De samenkomsten vinden bij toerbeurt bij één van de deelnemers thuis plaats en worden afgesloten met kringgebed.
 
VII.9 Ochtendvrouwenkring
Deze kring is gestart in1992 en komt één maal per maand bij elkaar. Het is een initiatief van enkele dames uit de gemeente om als vrouwen specifieke onderwerpen te behandelen waar zij mee te maken krijgen. In deze kring wordt thematisch gewerkt aan de hand van een gezamenlijk overeengekomen artikelenserie of boek. De leiding wordt onderling verdeeld en de samenkomsten vinden bij toerbeurt bij één van de deelnemers thuis plaats.
 
VII.10         Gebedskring
Eenmaal per maand komt na afloop van de dienst op zondagavond in ons kerkgebouw een gebedskring bijeen. In deze gebedskring wordt de opbouw van onze gemeente opgedragen aan de hoede van onze God.

 
VIII    Missionaire roeping
 
 
VIII.1 Missionaire roeping
Wanneer wij ons als christenen tot onze verwondering geroepen mogen weten ‘uit de duisternis’ tot ‘Gods wonderbaar licht’, en wanneer wij door de werking van Woord en Geest worden ‘overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde’, dan zullen wij in het Evangelie ook vernemen, dat wij als lerende gemeente worden geroepen, om in de wereld een ‘lichtend licht’ en een ‘zoutend zout’ te zijn[7]. ‘Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn’[8]. Dit missionair perspectief is tegelijkertijd een werkelijkheid en een roeping. Het is Christus die Zijn gemeente tot een lichtend licht maakt, door het werk van Zijn Geest in het hart. En het is de gemeente die het bevel van de Meester leert gehoorzamen, als Hij haar roept en zegt: ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb in acht te nemen’[9]. Welk bevel Hij tenslotte kroont met de heerlijke belofte: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding der wereld’[10]. Uit deze kostelijke woorden mogen wij als leden van Christus’ gemeente opmaken dat wij geroepen zijn om Zijn evangelie daadwerkelijk te delen met allen die wij op ons pad ontmoeten en die het nog niet kennen. Hier ligt een belangrijke taak voor onze gemeente.
 
VIII.2 Zendings- en evangelisatiecommissie
Binnen onze streekgemeente is een zendings- en evangelisatiecommissie actief, die probeert om deze hoge apostolaire roeping concreet gestalte te geven. Binnen deze commissie heeft men zich de laatste jaren geconcentreerd op de vraag hoe wij kerk kunnen zijn ‘voor de buurt’. Dit heeft geresulteerd in verscheidene initiatieven, zoals het present zijn op de jaarlijks weerkerende Jaarmarkt in Noordhorn, alsook in het organiseren van een buurtborrel in de beide kerkgebouwen, begin januari.  Een voorlopig hoogtepunt in het werk van de commissie deed zich voor op 29 augustus van het jaar 2015. Voor die dag ontvingen we een uitnodiging tot het houden van een hagenpreek, ter gelegenheid van de herdenking van de slag bij Noordhorn in het jaar 1581.  Toen mocht voor een heel divers gehoor van 400 dorpsgenoten het Evangelie worden uitgedragen. Behalve dit wat uitzonderlijke werk is de commissie ook gewend om bij een aantal vaste adressen het evangelisatieblad ‘Echo’ te verspreiden.
 
 
VIII.3 Beleidsvoornemens
Binnen de commissie willen we ons blijven bezinnen op de vraag hoe we kerk kunnen zijn voor de buurt. Concreet willen we nadenken over de vraag of het haalbaar zou zijn om te komen tot het aanbieden van een oriëntatie-cursus op het Christelijk geloof. En ook willen we nadenken over de mogelijkheid om één van de twee jaarlijkse themadiensten een missionair karakter te geven, In deze zin dat we ons dan proberen in te leven in het denken van een niet-kerkelijk betrokken medeburger, om onszelf de vraag te stellen wat het Evangelie voor hem of haar zou kunnen betekenen. 

Sinds enige jaren biedt de diaconie op de bid- en dankdag gelegenheid tot het inbrengen van goederen ten behoeve van de regionale voedselbank. Wellicht liggen er missionaire kansen in het betrekken van dorpsgenoten bij dit inbrengen van goederen.
 

 
IX      Beleidsvoornemens
 
Wanneer we de diverse hoofdstukken overzien blijkt dat de kerkenraad zich in de komende periode zou kunnen bezighouden met de navolgende vragen:
 
Nog uit de periode van het vorige beleidsplan stamt de vraag hoe om te gaan met de tucht ten aanzien van het Heilig Avondmaal. Concreet werd in dat beleidsplan verwezen naar de kerkorde van de Nederlandse Hervormde kerk waarin werd gesproken over de taak van de kerkenraad om erop toe te zien “dat niet tot de dis des Heeren toegaan, die daarvan geweerd moet worden.” (Kerkorde NHK, Ordinantie 10-5-2). Ook de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland kent bepalingen over het opzicht over belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers van de kerk (Ord 10-6). Het lijkt verstandig dat de kerkenraad zijn verantwoordelijkheid hierin helder voor ogen probeert te krijgen. 

Evenzeer afkomstig uit het vorige beleidsplan is het voornemen een nadere omschrijving te formuleren van de personen en instanties aan wie onze kerkgebouwen ter beschikking worden gesteld. Dit voornemen hangt samen met ontwikkelingen in onze maatschappij, zoals het huwelijk van mensen van gelijk geslacht.
 
Momenteel wordt door enige predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond nagedacht over het vormen van een bundel met psalmen en liederen die in de eredienst kunnen worden gebruikt. De kerkenraad houdt de ontwikkelingen in het oog en neemt zich voor zich te beraden op aanschaf en eventueel gebruik van een te verschijnen bundel. Criterium hierbij zal zijn of de genoemde psalmen en liederen overeenkomen met spreken van de Heilige Schrift en houdbaar zijn in het licht van de gereformeerde theologie. De kerkenraad neemt zich voor hierbij voorzichtig en verstandig te werk te gaan. 

Tot voor kort werden de twee themadiensten in onze gemeente georganiseerd in samenwerking met de jeugdraad en de jeugdclubs van onze gemeente. Doordat onze gemeente klein is, kwam het voor dat steeds dezelfde jongeren werden gevraagd om in de diensten te participeren. Doordat die jongeren aangaven dat niet altijd even leuk te vinden, is besloten één van beide themadiensten wellicht een andere invulling te geven. Hierbij wordt gedacht aan een meer missionaire invulling. Wellicht met behulp van en in samenspraak met de evangelisatiecommissie van onze gemeente.
 
Binnen de Evangelisatiecommissie willen we ons blijven bezinnen op de vraag hoe we kerk kunnen zijn voor de buurt. Concreet willen we nadenken over de vraag of het haalbaar zou zijn om te komen tot het aanbieden van een oriëntatie-cursus op het Christelijk geloof. En ook willen we nadenken over de mogelijkheid om één van de twee jaarlijkse themadiensten een missionair karakter te geven, In deze zin dat we ons dan proberen in te leven in het denken van een niet-kerkelijk betrokken medeburger, om onszelf de vraag te stellen wat het Evangelie voor hem of haar zou kunnen betekenen. 

Sinds enige jaren biedt de diaconie op de bid- en dankdag gelegenheid tot het inbrengen van goederen ten behoeve van de regionale voedselbank. Wellicht liggen er missionaire kansen in het betrekken van dorpsgenoten bij dit inbrengen van goederen.
 
 


[1] Samenvatting Ordinantie 10 kerkorde 1951

[2] Veel informatie uit deze paragraaf gaat terug op W. Friso, In en om de kerk van Noordhorn, Bedum: uitgeverij Profiel, 1992.

[3] Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland, Romeins artikel V.3

[4] N.a.v. Ezechiël 34:4

[5] Joh. 1:43

[6] Zie de gelijkenis van de talenten, Mattheüs 25:14-30.

[7] N.a.v. Colossenzen 1:13-14 en Mattheüs 5:13-16.

[8] Mattheüs 5:14.

[9] Mattheüs 28:19.

[10] Mattheüs 28:20.